Er is een groot verschil in bevoegdheden van arbocoördinatoren. Gaat het om iemand die de bevoegdheid heeft nieuwe apparatuur of hulpmiddelen aan te schaffen? Gaat het om de leidinggevende van een afdeling arbo, verzuim- en reïntegratie? Of gaat het om een P&O- adviseur die arbo in zijn takenpakket erbij heeft gekregen en af en toe een adviesje mag opstellen? Naarmate de arbocoördinator meer bevoegdheden heeft, is hij ook belangrijker voor de OR.
De OR heeft formeel geen bevoegdheden bij het benoemen van een arbocoördinator. Maar niets weerhoudt de OR ervan om ongevraagd advies te geven. Dring aan op voldoende bevoegdheden van de arbocoördinator, voldoende opleiding, waarborgen voor een zekere onafhankelijke positie en voldoende formatie. Het is in feite zinloos om deze taken neer te leggen bij iemand die “het er wel even bij doet”, die er geen verstand van heeft en die er eigenlijk geen zin in heeft. Ook als de arbocoördinator al benoemd is, kan de OR vragen stellen over (het bijhouden of uitbreiden van) de kennis, vaardigheden en bevoegdheden van de arbocoördinator.
Het is het beste als de arbocoördinator een zo onafhankelijk mogelijke positie kan innemen, zodat hij gevraagd en ongevraagd voorstellen kan doen aan directie en leidinggevenden. Dit is vooral van belang in bedrijven en instellingen waar het arbobeleid een lage prioriteit heeft. De OR kan bijdragen aan die onafhankelijke positie. Bijvoorbeeld door het bespreken van de visie op arbeid, gezondheid en milieu met de directie. Taken op VWGM-gebied horen bij het management thuis. De arbocoördinator informeert, stimuleert en adviseert de managers en de directie. Hij coördineert niet op afdelingsniveau maar op bedrijfs- of instellingsniveau.
Het heeft voor- en nadelen om als OR of VWGM-commissie apart te overleggen met de arbocoördinator. Het voordeel is dat de OR veel informatie kan krijgen en suggesties kan geven die de arbocoördinator direct kan uitvoeren of mee kan nemen in het arbobeleid. Het nadeel kan zijn dat veiligheid- en gezondheidonderwerpen niet meer aan bod komen in de OR-vergadering en in de overlegvergadering. Het kan er toe leiden dat de OR “vergeet” het instemmingsrecht uit te oefenen.
Het kan handig zijn als de arbocoördinator in de OR zit. Voordeel is dat er dan deskundigheid op dit terrein in de OR aanwezig is. Het nadeel is dat de coördinator in een lastige positie kan komen als de VWGM-prioriteiten van de OR anders zijn dan de prioriteiten van de directie. De arbocoördinator is aangesteld als adviseur van de directie. Het lijkt dus een betere keuze als de coördinator niet in de OR zit. Het is wel verstandig dat de OR een goede relatie met hem of haar opbouwt.












