Weekers heeft een viertal maatregelen voorgesteld omdat de regeling volgens hem ruimer wordt toegepast dan oorspronkelijk de bedoeling was. Het pakket voorgestelde maatregelen wordt nader uitgewerkt in het Belastingplan 2012. De staatssecretaris heeft mede naar aanleiding van berichten in de media gemeend om in sommige situaties de toepassing van de regeling te moeten beperken.
De 30%-bewijsregel, ook wel de expatregeling genoemd, is bedoeld om de extra kosten te compenseren, die worden gemaakt door uit het buitenland afkomstige schaarse en specifiek deskundige werknemers. In plaats van de werkelijke extra kosten te compenseren, kan de werkgever ervoor kiezen een forfaitair vastgesteld bedrag te vergoeden, waarbij grofweg 30% van het loon aangemerkt kan worden als een onbelaste vergoeding.
Voorgestelde veranderingen
1. Er komt een salarisnorm voor het bepalen of een ingekomen werknemer wel of niet in aanmerking komt voor de 30%-regeling. Dit zal vermoedelijk rond € 50.000 liggen. De huidige toets voor schaarse, specifieke deskundigheid vervalt daarmee.
Reactie Grant Thornton: “Dit zal vermoedelijk leiden tot meer duidelijkheid voor werknemers die voor de regeling in aanmerking kunnen komen en minder discussies met de Belastingdienst. Nadeel van de salarisnorm is dat de specifieke deskundigen die eronder vallen, dan niet in aanmerking komen voor de regeling. Dat is vooral jammer voor jong talent.”
2. De terugblikperiode voor toepassing van de zogenoemde kortingsregeling wordt verlengd tot 25 jaar.
Reactie Grant Thornton: “Het verruimen van de terugblikperiode tot 25 jaar betekent praktisch het einde van de regeling voor terugkerende Nederlanders. De groep Nederlanders die gebruik maakten van de regeling was overigens al relatief klein (ca. 5%) en zal met deze maatregel naar verwachting verder tot nihil worden teruggebracht.”
3. Ingekomen werknemers die woonachtig zijn (en blijven) binnen een straal van 150 km van de Nederlandse grens, worden uitgesloten van de regeling.
Reactie Grant Thornton: “De aangekondigde grens van 150 km betekent dat ingekomen werknemers uit de ‘grensstreek’ niet meer in aanmerking kunnen komen voor de regeling. Deze grens lijkt op het eerste gezicht onhoudbaar vanuit Europese regelgeving. De voorgestelde regeling houdt immers een onderscheid naar woonplaats in. Het is maar de vraag of de door de staatssecretaris aangevoerde reden voor dit onderscheid voldoende rechtvaardiging zal vormen.”
4. De regeling zal worden opengesteld voor (jonge) buitenlandse promovendi die na hun promotie in Nederland ook in Nederland blijven werken. Voor deze groep werknemers zal een lagere salarisnorm gelden.
Reactie Grant Thornton: “De openstelling van de regeling voor buitenlandse promovendi (die in Nederland hebben gestudeerd) is een welkome uitbreiding en zal hopelijk bijdragen aan het verder stimuleren van de Nederlandse kenniseconomie.”




