De wetgever stelt zich op het standpunt dat de Wet op de ondernemingsraden (WOR) voldoende waarborgen biedt voor het behouden van de medezeggenschap in een dergelijke situatie en geacht moet worden de richtlijn gestalte te (hebben ge-)geven.
Desondanks is er een praktijk ontstaan die in strijd is met de WOR (artikel 6 lid 6) en laat de verkrijger in veel gevallen de ondernemingsraad van de vervreemder naast de eigen ondernemingsraad bestaan, totdat er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Het is duidelijk dat dit een onwenselijke situatie is, niet in de laatste plaats omdat de dan zittende dubbele ondernemingsraad niet geacht kan worden rechtsgeldig verkozen te zijn en formeel dus niet als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de werknemers op te treden.
Lees hier meer over op de website van Verbeek de Caluwé Advocaten.



